Tijdens de 4 mei-herdenking op Noorddijk hield wijkwethouder Rik van Niejenhuis een toespraak.
Hieronder de volledige tekst:

De geschiedenis leren begrijpen”

Goedenavond,

Dank dat u gekomen bent om alle mensen te herdenken die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waar ook ter wereld, slachtoffer zijn geworden van oorlogsgeweld.i
We staan vandaag in het bijzonder stil bij het lot van de Joodse Groningers.

Voor de oorlog kende Groningen een rijk en bloeiend Joods leven, dat zich vooral afspeelde rond de synagoge in Folkingestraat en in de Schildersbuurt. Na de oorlog was daar bijna niets meer van over. Van de ongeveer 2800 Joodse Stadjers, kwamen er slechts 239 terug. Het is heel menselijk om bij dit soort grote getallen, te vergeten dat het om individuen gaat. Holocaust overlevende Abel Herzberg zei daarom: “Er zijn niet zes miljoen Joden vermoord; er is één moord gepleegd, zes miljoen keer.” Zes miljoen keer een moeder, een dochter, een echtgenoot, een broer, een vriendin, een collega, een buurman.
En de Groningse Joden die de verschrikkingen van de kampen overleefden,kwamen thuis in een land en een stad waar niemand op ze zat te wachten waar geen oog was voor hun leed, geen oor voor hun verhalen.
De meesten kwamen terecht in de Harmonie, toen nog een cultuurgebouw met een grote concertzaal. Ze kwamen daar soms terecht omdat er inmiddels andere mensen in hun huizen woonden. Er was een groot te kort aan bedden, dekens, kleding, bestek.
Mensen moesten op de grond, op stro slapen.Groningen was daarin niet uniek. In heel Nederland was sprake van weinig inlevingsvermogen en een neiging om vooral regels en procedures voorop te zetten. De joodse historica Michal Citroen schreef daarover het boek “U wordt door niemand verwacht”. Zij ziet een patroon in de ontvangst van Joden die terugkeerden uit de kampen en de onderduik. Ze zegt, en ik citeer nu:
“De grenzen moeten dicht, was de eerste reflex toen er een heleboel mensen na de oorlog terugkwamen. De ministeries kregen onderling ruzie: wie moest dat gaan betalen en hoe moest het alles geregeld worden?”

Het klinkt ons bekend in de oren. Een patroon waarin bureaucratie het wint van mensen.Waarin systemen belangrijker zijn dan inlevingsvermogen. De kille opvang van de Joden na de oorlog, vergelijkt Citroen met onder ander de toeslagenaffaire.
Begrijpen wij de geschiedenis wel goed genoeg om ervan te leren?
Elie Wiesel, een bekende Joods-Amerikaanse schrijver die Buchenwald overleefde, vertelde eens hoe, kort na de bevrijding, de overlevenden van het kamp dachten dat er nu echt nooit meer oorlog zou komen, dat er geen haat en geen racisme meer kon bestaan.
Decennia later moest hij tot zijn verdriet concluderen dat de wereld niets had geleerd.
En we kunnen hem moeilijk ongelijk geven. Elk jaar zeggen we: dat nooit weer. Een dag later kijken we naar het nieuws en zien we een wereld op drift.
Een wereld waarin macht en welvaart zich concentreren bij enkelen.

Waarin cynische bedrijven roekeloos hun eigen belang najagen en mensen tot razernij drijven, zodat ze maar blijven klikken of kijken. We zien hoe onze gedeelde werkelijkheid steeds sneller afbrokkelt, hoe we steeds vaker gedwongen lijken te worden een kant te kiezen, ieder met zijn eigen waarheid.We zien wereldmachten die doen wat ze willen, zonder oog voor het internationaal recht, zonder besef van historische banden, zonder mededogen.
We zien de wereld maar al te vaak terugvallen in wreedheden waarvan we dachten dat we die achter ons hadden gelaten. Misschien leren we wel niet genoeg van het verleden. Juist omdat we het als verleden beschouwen, als voorbij. Maar zoals Claude Lanzmann zei, de maker van de documentaire Shoah:
De ergste fout die iemand in zowel moreel als artistiek opzicht kan maken als hij zich over de holocaust buigt, is zijn onderwerp behandelen alsof het over het verleden gaat.”

We zijn hier vandaag om te herdenken, om al die slachtoffers hun bestaansrecht terug te geven, maar ook omdat wij, de levenden, een plicht hebben te vervullen. Tegelijkertijd voelt het soms machteloos. Wat kunnen wij doen tegen die grote krachten van onze tijd? Er is geen pasklaar antwoord op die vraag. Geen makkelijk uitvoerbaar plan om het tij te keren.
Geen pijnvrije behandeling die de ziektes van onze tijd geneest. Maar het is wel aan ons om “dat nooit meer” gestalte te geven. Dat begint bij het ontwikkelen van wat de Indische filosofe Gayatri Spiva, “Democratische intuïtie” noemt. Een intuïtie die we zelf moeten ontwikkelen en onze kinderen moeten leren. Dat gaat om het besef dat democratie niet moet gaan over ik, ik, ik , maar over anderen.Dat is het besef dat mensen die in niets op mij lijken, die er misschien anders uitzien, anders praten, liefhebben en geloven, dat zij ondanks al die verschillen toch mijn gelijken zijn. Onze samenleving kan niet zonder wetten en instituties, maar uiteindelijk is dat allemaal papier, als wij niet weten wat we met en voor elkaar willen betekenen. En misschien geldt dat nu wel meer dan ooit.
We kunnen niet meer rekenen op de onvoorwaardelijke hulp van anderen om onze democratische tradities te beschermen. Soms moeten we zelfs tegenwerking verwachten waar dat eerder ondenkbaar was.
We moeten het, meer dan ooit, samen doen in onze eigen gemeenschappen. En dat vind ik een hoopvolle gedachte, omdat dat binnen ons handbereik ligt.
Omdat we juist in dat alledaagse, verandering in gang kunnen zetten.
Ik put daarbij ook hoop uit het hier vlakbij gelegen bevrijdingsbos. Dat begon meer dan dertig jaar met een enkele boom. In het begin zag het er niet bepaald indrukwekkend uit.
Er stonden her en der wat sprieterige boompjes. Maar inmiddels zijn er meer dan dertigduizend bomen geplant. En elk jaar komen er meer bomen bij. Het is bijna onvoorstelbaar dat een idee dat zo klein begon, groeide en groeide en groeide tot wat het nu is: het groenste en grootste bevrijdingsmonument van Nederland.

Het laat ons zien dat kleine handelingen, van een paar mensen, als we ze maar vaak genoeg herhalen, en blijven volhouden, kunnen uitgroeien tot iets groots. Kleine daden, kunnen grote gevolgen hebben. We kunnen onze tijd inzetten als vrijwilliger. En als we geen tijd hebben, kunnen we geld of spullen weggeven.
Of we kunnen helpen met iets waar we goed in zijn, zoals taalles, formulieren invullen of klusjes. En soms is het genoeg om er alleen maar te zijn. We kunnen onrecht tegengaan door bewuster te kopen, bewuster te eten en onze schermen bewuster te gebruiken.
Zo kunnen we ernaar streven om op andere plekken in de wereld geen sporen van vervuiling, uitputting en verwoesting achter te laten.
We kunnen ons uitspreken tegen discriminatie en antisemitisme. Juist ook tegen familie, vrienden of bekenden die “alleen maar een grapje maken”. Misschien krijgen we er geen applaus voor. Misschien zal niemand het ooit zien. Misschien worden we beschimpt of bedreigd. Maar het is de moeite waard. En niets wat de moeite waard is, is makkelijk. Als we willen laten zien dat we de geschiedenis niet alleen begrijpen, maar er ook van leren, dan kunnen we er vandaag nog mee beginnen.We kunnen met kleine, alledaagse en ongeziene daden de wereld ten goede te veranderen.

U kunt dat, wij kunnen dat.

Dank u wel.

, , , , , ,
Gerelateerde berichten